Historie en keuze van de locatie voor de windturbines

Waarom bouwen we windmolens in Nederland?

Klimaatverandering is een serieus probleem en zal  wereldwijd effect hebben op mensen. Ook in Nederland en ook in Drenthe.
Broeikasgassen die vrijkomen bij het verbranden van fossiele brandstoffen als olie, kolen en gas zorgen voor die klimaatverandering. We moeten dus minder fossiele brandstoffen gebruiken en alternatieve energiebronnen gebruiken. Voor onze eigen toekomst en die van de generaties na ons.

Windmolens zorgen dat er net als nu stroom uit het stopcontact komt, maar stoten geen broeikasgassen uit. Zo dragen zij eraan bij klimaatverandering af te remmen.

Hierom en ook om energie-onafhankelijk te worden, hebben het Rijk en de provincies afgesproken dat er in 2020 meer windmolens in Nederland moeten staan. Het gaat om 6000 MW aan opgesteld vermogen. Een moderne windmolen heeft een vermogen van ongeveer 3 MW. Dat aantal is verdeeld over de provincies. Als dat aantal is bereikt, is de klimaatverandering nog niet afgeremd. Al deze windmolens, veel zonnepanelen en nog meer vormen van duurzame energie zorgen ervoor dat dan pas 14 procent van onze energie duurzaam wordt opgewekt. Dan hebben we dus nog 86 procent te gaan.

Waarom in Drenthe?

In Nederland zijn meerdere locaties aangewezen voor windparken. Het Rijk en de provincie hebben een gebied in Drenthe aangewezen als mogelijke locatie voor een groot windpark binnen de Rijkscoördinatieregeling. Na uitgebreid onderzoek blijkt dat dit gebied daarvoor geschikt is. Vervolgens hebben de initiatiefnemers de handschoen opgepakt.

De initiatiefnemers van windpark De Drentse Monden en Oostermoer zijn:

Duurzame Energieproductie Exloërmond  B.V. (DEE).
Dit is een samenwerkingsverband van tientallen boeren uit het gebied. Zij willen naast hun agrarisch bedrijf ook duurzame energie ontwikkelen en exploiteren. Dat willen zij samen doen met omwonenden in de vorm van een agroburgerwindpark. Daarvoor werkt DEE samen met burgercoöperatie De Windvogel. Het doel van deze samenstelling is dat een deel van de windmolens in handen komt van de mensen die er in de buurt wonen. Dat kan door lid te worden van de coöperatie. Meer informatie daarover vindt u hier.

Windpark Oostermoer Exploitatie B.V. is ook een samenwerkingsverband van tientallen agrarische ondernemers uit het gebied. Zij worden ondersteund door de Windunie, een coöperatie van windmolenaars en ontwikkelaar van windparken in lokaal eigendom. Meer daarover kunt u hier lezen.

Pure Energie uit Enschede ontwikkelt sinds 1995 windmolens in Nederland. Al in 2000 begon het bedrijf met boeren uit Nieuw-Buinen een initiatief voor een windpark. Dat is nu onderdeel van De Drentse Monden en Oostermoer. Iedereen die wil, kan klant worden van Pure Energie en zo elektriciteit krijgen die is opgewekt door de windmolens en zonneparken die het bedrijf zelf. Pure Energie is inmiddels vijf jaar achter elkaar uitgeroepen tot ‘Groenste energieleverancier van Nederland’. Meer informatie vindt u hier.

Bekijk de verdeling van windenergie over Nederland
Waarom in de Veenkoloniën?

Dit deel van de Veenkoloniën is voor windmolens een goed gebied. Het waait er vaker en harder dan op andere plekken in het land. Daarnaast is de bevolkingsdichtheid er relatief laag. Onder meer doordat het er weids is en het gebied met name als gevolg van de turfwinning  door mensenhanden is ontstaan, vinden het Rijk en de provincie Drenthe dit gebied geschikt voor windmolens. Verder is het gebied officieel een ‘grootschalig agrarisch productielandschap’. Dat betekent dat er veel boeren zijn die hier het land verbouwen. Dat is het dominante beeld in dit gebied.
In regio’s zoals dit gebied in Drenthe, passen windmolens. Dat vinden het Rijk, de provincie Drenthe, de Europese Unie en ook landschapsexperts. Het gebied uit veel rechte lijnen, zoals de akkers en wegen. Door windmolens ook in lijnen te plaatsen, ontstaat een rustiger beeld dan windmolens die door elkaar staan.
Overigens komen er in alle provincies meer windmolens. In zeker vijf provincies komen (aanzienlijk) meer windmolens dan in Drenthe. Dat is het gevolg van de afspraken tussen Rijk en provincies om te zorgen dat er in 2020 meer windmolens op land staan.

Rapporten
Er zijn door het Rijk en de provincie Drenthe uitgebreide rapporten gemaakt over het hoe, waar en waarom van windmolens in Nederland en Drenthe, zoals:
Het rapport van het Rijk: ‘Structuurvisie windenergie op land’.
Het rapport van de provincie Drenthe ‘Gebiedsvisie windenergie Drenthe

Verstoren de windmolens de telescoop van LOFAR?

Een belangrijk aspect is hoe de LOFAR-telescoop in Exloo en de 45 windmolens naast elkaar kunnen bestaan. Die telescoop doet onderzoek naar de ruimte, maar de elektromagnetische straling van de windmolens kan deze gevoelige telescoop verstoren. De initiatiefnemers van het windpark en Astron –eigenaar van de telescoop– hebben daarom afspraken gemaakt. Die liggen vast in een convenant. Deze afspraken moeten ervoor zorgen dat de telescoop en het windpark naast elkaar kunnen bestaan.

Een speciale coördinatiecommissie zorgt ervoor dat deze afspraken worden uitgevoerd. Die commissie bestaat uit de initiatiefnemers van het windpark, Astron, Agentschap Telecom en heeft een onafhankelijke voorzitter.

Een afspraak is dat er turbines worden gebouwd die minder elektromagnetische straling uitstralen dan ‘gewone’ windturbines. Zo wordt de telescoop minder verstoord. Het effect daarvan wordt gemeten. Als LOFAR dan toch nog te veel wordt verstoord, worden de windmolens op belangrijke (meet)momenten stilgezet.
Astron zorgt ervoor dat de telescoop beter wordt beschermd tegen de straling. Ook wordt voortaan ander ruimteonderzoek gedaan dat minder last heeft van de straling. Een gevolg is dat het LOFAR-onderzoek naar het vroege heelal stopt. Wel zijn andere ruimteonderzoeken mogelijk. De windmolens staan hierdoor waarschijnlijk ook vaker tijdelijk stil. Dan wekken zij  minder stroom op en zo leveren ook de initiatiefnemers van het windpark iets in.

Welke ‘straling’ van de windturbine wordt gemeten tijdens tests met Lofar?

Voorafgaand aan de bouw van de eerste turbine, maar ook nadat de bouw was afgerond, zijn tests uitgevoerd. Op het parkeerterrein bij het monument Gebroken Lijn stond daarvoor een hijskraan met een zogeheten referentiebron. De afstand van de referentiebron tot het centrum van LOFAR was ongeveer 4300 meter.
De radiostraling van de bron heeft geen enkele invloed op mensen en dieren op welke afstand dan ook. De radiogolven hebben vergelijkbare golflengten als de gewone FM en DAB+ (digitale radio) zenders. Bij die golflengten zijn geen biologische risico’s bekend.

De referentiebron is bovendien extreem zwak in vergelijking met andere radiozenders om ons heen. Hij is alleen maar ‘schijnbaar’ helder in vergelijking met zwakke radiosignalen die van ver uit het heelal komen.

Rekenvoorbeeld
De bron zond bij de experimenten ongeveer 0.0001 Watt aan totaal vermogen uit. Een omroepzender op 40 km zend ongeveer honderd-duizend Watt uit (een miljard keer meer dan de referentiebron). Omdat een omroepzender verder weg staat wordt die wel wat verzwakt: 40 km is honderd keer verder weg dan 400 m, dus dat geeft ongeveer een verzwakking van tienduizend keer. Het signaal van een omroepzender dat uw lichaam ontvangt is dan ook nog steeds meer dan ‘honderdduizend’ keer sterker dan het signaal van de referentiebron op 400 m.

Een ander voorbeeld is een gewone GSM. Een mobiele telefoon zendt (weliswaar op kortere golflengten) ongeveer tienduizend keer zoveel vermogen uit als de referentiebron en bevindt zich ongeveer tienduizend keer dichterbij degene die hem gebruikt (4 cm i.p.v. 400 m), waardoor dat signaal nog eens honderd miljoen keer sterker binnen komt.

In totaal ontvangen mens en dier op 400 m afstand van de referentiebron ongeveer tienduizend x honderd miljoen is ongeveer ‘duizend  miljard keer minder’ radiostraling van de testbron dan van hun telefoon.

(Bron: Dr. Michiel Michiel Brentjens, ASTRON)